Visietekst vrijheidsbeperkende maatregelen op Spika 

Binnen Spika wensen we zo weinig mogelijk gebruik te maken van vrijheid beperkende maatregelen (VBM).  Toch zijn er soms situaties waarbij we genoodzaakt zijn om deze toe te passen ter bescherming van het kind of de jongere en/of anderen en de fysieke en/of psychische integriteit te waarborgen.

In deze tekst willen we – aanvullend aan de algemene visie op ziekenhuisniveau  – enkele kaders aanreiken waarbinnen VBM, in casu afzondering, binnen Spika gebruikt worden. We baseren ons hiervoor vooral op de principes van proportionaliteit en subsidiariteit waarbij we voor kinderen en jongeren steeds zoeken naar de minst ingrijpende maatregel.

We verwijzen hier ook naar de richtlijnen en de checklist van het kinderrechtencommissariaat rond afzonderen.

http://www.kinderrechtencommissariaat.be/sites/default/files/bestanden/dossier_afzondering_0.pdf

Bovendien maken we steeds de afweging tussen de vrijheidsbeperking van het individu t.o.v. de vrijheidsbeperking van de leefgroep (vb. sluiten van de leefgroep). Deze dialoog wordt in het interdisciplinaire team (IDT) gevoerd.

Iedere VBM dient steeds in overleg met de arts geïnstalleerd en systematisch geëvalueerd te worden. Vermits wij tijdelijk de verantwoordelijkheid van de kinderen en jongeren delen met de ouders dienen deze maatregelen ook steeds met hen gecommuniceerd  te worden.

Op Spika proberen we – waar mogelijk - een tussenstap in te bouwen voordat jongeren naar een afzonderingskamer gebracht worden. Het comfort van de jongere staat hierbij voorop.  Zo worden bijvoorbeeld kinderen < 12j in principe niet afgezonderd (conform advies Overlegplatform van de Vlaamse k-diensten, juni 2002). Doch voor deze doelgroep is het ook soms noodzakelijk en is het minder traumatiserend van op eigen kamer te verblijven dan in een afzonderingskamer.

Binnen Spika onderscheiden we in dit verband volgende gradaties van gewoon verblijf op kamer tot verblijf in afzondering met fixatie:

1. gewoon verblijf op eigen kamer

2. gewoon verblijf op eigen kamer met deuralarm

Het deuralarm wordt bij alle jongeren ’s nachts en onder de middag  toegepast en overdag bij vermoeden of kennis van grensoverschrijdend- en vluchtgedrag.

3. verblijf op eigen kamer met gesloten deur, eventueel met cameratoezicht

Wij wensen deze vorm van afzondering steeds eerst te proberen voordat men overgaat tot een afzonderingskamer, eventueel in combinatie met aanbieden van extra medicatie (medicatie indien nodig) of in overleg met arts. Deze interventie vereist ook strikt toezicht.

Deze vorm van VBM wordt vooral gebruikt wanneer het deuralarmsysteem niet voldoende garanties biedt en er bij vluchtgedrag een reëel suïcide gevaar is (koppeling vluchtgevaar met suïcide)

Ook wanneer de veiligheid van andere jongeren of het personeel in het gedrang is.
Vb. Bij dreiging naar personeel, bij (onvoorspelbare) agressie

Ook indien de stap naar afzonderingskamer te groot is en deuralarm niet voldoet.
Vb. bij verstoring van het leefgroepklimaat bij een lage personeelsbezetting

4. verblijf in afzonderingsruimte zonder fixatie (= rustkamer)

Deze maatregel wordt toegepast indien de eigen kamer niet voldoende veiligheid geeft of de jongere nood heeft aan prikkelarme omgeving.

5. verblijf in afzonderingsruimte met fixatie

Deze maatregel wordt toegepast indien rustkamer niet voldoende veiligheid geeft en jongere niet tot rust komt in rustkamer ondanks (aanbod van) extra medicatie.

Registratie:

Alle afzonderingen dienen geregistreerd te worden in het afzonderingsformulier in Regas.

Veiligheidcontrole bij afzondering en fixatie:

Wanneer jongeren in de afzondering verblijven of gefixeerd worden dient er standaard een controle van de kledij gedaan te worden:  zakken en kledij worden gecontroleerd op gevaarlijke voorwerpen, schoenen, riem en gevaarlijke voorwerpen (zoals haarspelden, aanstekers..) worden verwijderd.

Er wordt een inschatting gemaakt wat betreft veilige kledij en uitgevoerd wat men op het moment van de afzondering noodzakelijk acht.

Toezicht tijdens de afzondering:

Visuele contactname (raam afzonderingsruimte, camera 1x 15minuten)

Fysieke contactname: 1x 30 minuten

Frequentie kan individueel aangepast worden en is afhankelijk van de toestand waarin de patiënt zich bevindt.

Na de afzondering

  1. Op basis van individuele noden en toestandsbeeld van patiënt wordt er een reflectiemoment met patiënt georganiseerd.
  2. Debriefing door het betrokken team indien nodig en eventueel ondersteund door steunteam (zowel individueel als in groep)
  3. Bespreking met het IDT met eventuele aanpassing van het behandelplan