Visietekst vrijheidsbeperkende maatregelen op Spika 

Binnen Spika wensen we zo weinig mogelijk gebruik te maken van vrijheid beperkende maatregelen (VBM).  Toch zijn er soms situaties waarbij we genoodzaakt zijn om deze toe te passen ter bescherming van het kind of de jongere en/of anderen en de fysieke en/of psychische integriteit te waarborgen.

In deze tekst willen we – aanvullend aan de algemene visie op ziekenhuisniveau  – enkele kaders aanreiken waarbinnen VBM, in casu afzondering, binnen Spika gebruikt worden. We baseren ons hiervoor vooral op de principes van proportionaliteit en subsidiariteit waarbij we voor kinderen en jongeren steeds zoeken naar de minst invasieve maatregel.

We verwijzen hier ook naar de richtlijnen en de checklist van het kinderrechtencommissariaat rond afzonderen.

http://www.kinderrechtencommissariaat.be/sites/default/files/bestanden/dossier_afzondering_0.pdf

Bovendien maken we steeds de afweging tussen de vrijheidsbeperking van het individu tov de vrijheidsbeperking van de leefgroep (vb. sluiten van de leefgroep). Deze dialoog wordt in het interdisciplinair team (IDT) gevoerd.

Iedere VBM dient steeds in overleg met de arts geïnstalleerd en systematisch geëvalueerd te worden in het IDT. Het toedienen van sederende medicatie kan enkel door een arts of verpleegkundige waarbij een voorschrift van een arts (hetzij de behandelende, hetzij de arts van permanentie) noodzakelijk is. Vermits wij tijdelijk de verantwoordelijkheid van de kinderen en jongeren delen met de ouders dienen deze maatregelen ook steeds met hen gecommuniceerd  te worden. Wanneer jongeren onder de jeugdrechtbank staan zal ook de consulent mee in de communicatie betrokken worden.

ENKELE DEFINITIES

Fysieke interventie = de interventie die toelaat om  de controle over een patiënt/bewoner te herwinnen en hem/haar op een humane, veilige en verantwoorde wijze naar een veilige ruimte (prikkelarme ruimte/afzonderingskamer) over te brengen.  We verwijzen hierbij naar de procedure op ziekenhuisniveau waarbij de fysieke interventietechniek werd uitgeschreven Afzonderingsinterventie - FIT methode ikv 4de fase COM

Medicatie indien nodig = medicatie met een sederende werking (medicamenteuze fixatie) door de arts in het medicatieprogramma op naam van de jongere ingesteld om bij risicovolle situaties onmiddellijk – na telefonisch overleg met de arts – te kunnen worden toegediend.

GRADUELE AANPAK

Op Spika proberen we – waar mogelijk - een tussenstap in te bouwen voordat jongeren naar een afzonderingskamer gebracht worden al dan niet met de FIT-techniek. Het comfort van de jongere staat hierbij voorop.  Zo worden bijvoorbeeld kinderen < 12j in principe niet afgezonderd (conform advies OVK juni 2002). Doch voor deze doelgroep is het ook soms noodzakelijk en is het minder traumatiserend van op eigen kamer te verblijven dan in een afzonderingskamer.

Binnen Spika onderscheiden we in dit verband volgende gradaties van gewoon verblijf op kamer tot verblijf in afzonderingskamer met fixatie:

  1. gewoon verblijf op eigen kamer
    In gewone omstandigheden verblijven jongeren zonder specifieke VBM op hun kamer

  2. gewoon verblijf op eigen kamer met deuralarm
    Het deuralarm wordt bij alle jongeren ’s nachts toegepast en overdag bij vermoeden of kennis van grensoverschrijdend gedrag en vluchtgedrag

  3. verblijf op eigen kamer met gesloten deur, eventueel met cameratoezicht
    Wij wensen deze vorm van afzondering steeds eerst te proberen voordat men overgaat tot een afzonderingskamer, eventueel in combinatie met aanbieden van extra medicatie (‘medicatie indien nodig’) of in overleg met arts. Deze interventie vereist ook strikt toezicht.
    Deze vorm van VBM wordt enkel gebruikt wanneer de veiligheid van de jongere of deze van anderen in gevaar is. (vb agressie, suïcide, …)

  4. verblijf in afzonderingsruimte zonder fixatie (= rustkamer)
    Deze maatregel wordt toegepast indien de eigen kamer niet voldoende veiligheid geeft.

  5. verblijf in afzonderingsruimte met fixatie
    Deze maatregel wordt toegepast indien rustkamer niet voldoende veiligheid geeft en jongere niet tot rust komt in rustkamer ondanks (aanbod van) extra medicatie en er gevaar is voor zijn eigen veiligheid. Zodra de jongere gefixeerd is  wordt de deur NIET meer op slot gedaan.

VEILIGHEIDSCONTROLE BIJ AFZONDERING EN FIXATIE

Wanneer jongeren in de afzondering verblijven of gefixeerd worden dient er standaard een controle van de kledij gedaan te worden:  zakken en kledij worden gecontroleerd op gevaarlijke voorwerpen, schoenen, riem en gevaarlijke voorwerpen (zoals haarspelden, aanstekers..) worden verwijderd.

Er wordt een inschatting gemaakt wat betreft veilige kledij en uitgevoerd wat men op het moment van de afzondering noodzakelijk acht.

REGISTRATIE

Alle afzonderingen dienen geregistreerd te worden in het afzonderingsformulier in het elektronisch patiëntendossier. Bovendien moet er om het ½ uur een notitie over het toezicht terug te vinden zijn in het dossier. Daarnaast moet er om het uur een registratie van het binnengaan in de afzonderingsruimte zijn.

TOEZICHT TIJDENS DE AFZONDERING

Visuele contact (raam afzonderingsruimte, camera 1x 15minuten)
Fysieke contact: 1x 30 minuten (met registratie!)
Frequentie kan individueel aangepast te worden en is afhankelijk van de toestand waarin de patiënt zich bevindt.

NA DE AFZONDERING

Op basis van individuele noden en toestandsbeeld van patiënt wordt er een reflectiemoment met patiënt georganiseerd (vb aan de hand van het signaleringsplan).

Ook dient er een moment van debriefing te worden voorzien zowel voor de andere jongeren als voor het betrokken team,  indien nodig ondersteund door het steunteam van het ziekenhuis (zowel individueel als in groep)

Daarnaast dienen alle incidenten besproken te worden met  het IDT op de wekelijkse  teamvergadering met eventuele aanpassing van het behandelplan van de betrokken patiënt.