Visie op zorg in het psychiatrisch ziekenhuis (visietekst 07/04/2011) 

Focus op de patiënt en zijn omgeving, met oog op de totale mens

In de gekantelde - procesgerichte - organisatie staat de patiënt centraal. Hierbij wensen wij vooral de totale persoon voor ogen te houden en ons niet enkel te focussen op zijn probleem of pathologie. De zorg voor en met deze persoon bepaalt de structuur van onze organisatie.

In Asster willen wij de psychiatrische patiënt in zijn totaliteit benaderen en dit vanuit een bio-psychosociaal denkkader.

Zorg dragen voor een persoon met psychische problemen, betekent aandacht hebben voor de familie, de ‘significant others’ en voor de gehele context. Tot deze context behoren op een bijzondere wijze ook zijn kinderen (KOPP en/of KOAP-kinderen) die een verhoogd risico vertonen om zelf psychiatrische problemen te ontwikkelen. Wij willen aandacht besteden aan preventie van psychiatrische aandoeningen, gezien de verhoogde kwetsbaarheid van de psychiatrische patiënt en zijn omgeving.

Samen met alle leden van het netwerk en de actoren van de regio streven wij een integrale en geïntegreerde zorg na, zodat niemand die psychiatrische zorg nodig heeft uit de boot valt en de psychiatrische patiënt op een naadloze en continue wijze begeleiding krijgt waar nodig.

Het interdisciplinaire team

Er wordt een beroep gedaan op het psychiatrisch ziekenhuis, omdat er zich een hulpvraag voor intensieve en gespecialiseerde psychiatrische behandeling stelt. De patiënt wordt verwezen naar die afdeling die het meest aangewezen is voor de psychiatrische begeleiding en behandeling van de zorgvraag.

In het ziekenhuis wordt de zorg geclusterd rond volgende patiëntendoelgroepen:

Een zorgcluster is dus een bundeling van afdelingen/zorgeenheden/behandelgroepen, die zich richt naar één of een beperkt aantal patiëntendoelgroepen. Elke zorgcluster heeft een samenhangend beleid voor gespecialiseerde behandeling en begeleiding van een bepaalde patiëntendoelgroep. De psychiatrische patiënt en zijn omgeving kunnen op die manier rekenen op gespecialiseerde zorg.

Om complexe zorgvragen te exploreren en om passende antwoorden te formuleren, heeft elke afdeling/ zorgeenheid een interdisciplinair team van vakbekwame mensen ter beschikking die intensief met elkaar samenwerken.

In heel het behandelingsproces - van de anamnese tot en met de zorg na het ontslag - wordt de patiënt zelf en zijn omgeving actief betrokken. De zorg gebeurt niet alleen voor, maar ook met de patiënt en zijn omgeving.

De afdeling hanteert een gemeenschappelijk gedragen visie en een therapeutisch denkmodel, die rekening houdt met de visie van de cluster en van het ziekenhuis. In dat kader stuurt het kernteam, met name de afdelingsarts, het afdelingshoofd en de psycholoog, samen het interdisciplinaire team aan. Alle leden van het interdisciplinaire team werken overeenkomstig dit gemeenschappelijk gedragen referentiekader.

Er worden behandeltrajecten uitgewerkt die wetenschappelijk onderbouwd zijn en bijdragen tot afstemming van zorg. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de vermaatschappelijking van zorg en aan de nieuwe zorgvormen die hiervoor gecreëerd worden.

Vanuit de gemeenschappelijk gedragen visie worden behandeldoelen vooropgesteld, die in samenspraak met de patiënt worden geformuleerd, zodat voor hem een coherent zorgaanbod ontstaat, waarbij elke discipline - in een samenhangend geheel - haar unieke bijdrage levert. Elke discipline is dus interactief bij het behandelproces betrokken. Een gericht en duidelijk omschreven behandelplan moet ervoor zorgen dat op een systematische wijze (samen)gewerkt wordt en dat de zorg geëvalueerd en zo nodig bijgestuurd wordt.

De behandelende arts is de eindverantwoordelijke voor de medische behandeling op de zorgeenheid/afdeling. Na overleg met het interdisciplinaire team, legt hij de behandelafspraken vast, overeenkomstig de behandelvisie van de afdeling. Hij neemt de eindbeslissing wat betreft opname, behandeling en ontslag.

Elke discipline beschikt ook over een vakgroep, die o.m. tot doel heeft de vakbekwaamheid van vakgenoten te verhogen. De vakgroep, o.l.v. een vakgroepverantwoordelijke, heeft hierin een ondersteunende rol.

Om op een kwaliteitsvolle wijze tegemoet te komen aan de vele specifieke zorgvragen van de patiënt wordt een systeem van patiëntentoewijzing uitgebouwd. Regelmatig overleg en efficiënte schriftelijke rapportage op afdelingsniveau moeten ervoor zorgen dat de continuïteit van zorg voor de individuele patiënt gewaarborgd blijft.
Het interdisciplinaire team krijgt ook de opdracht inbreng te geven in het beleid van de zorgeenheid of de afdeling.

Het beleid op afdelingsniveau

Het afdelingsbeleid wordt gevoerd door het kernteam, bestaande uit het afdelingshoofd, de afdelingsarts en de psycholoog. Samen sturen zij het interdisciplinaire team aan. De leden van het interdisciplinaire team zijn nauw betrokken bij dit beleid.

Onder impuls van het kernteam hanteert de afdeling een gemeenschappelijk gedragen visie en een therapeutisch denkmodel, die passen binnen de visie van de cluster. Het afdelingshoofd is het aanspreekpunt van de afdeling en de daartoe behorende zorgeenheden. Hij zorgt voor de goede organisatie van de afdeling.

De arts is de verantwoordelijke voor het medische beleid. Formeel is hij verantwoording verschuldigd aan de hoofdgeneesheer, die de integratie van de artsen in het geheel van de organisatie als verantwoordelijkheid heeft. De afdelingsarts waakt over een goede integratie op afdelingsniveau, de beleidsarts op clusterniveau. Indien op de afdeling meerdere behandelartsen actief zijn, besteedt het kernteam extra aandacht aan organisatie, integratie en afstemming van zorg.

In zijn ondersteunende rol t.a.v. het interdisciplinaire team vervult de psycholoog, samen met de beleidsarts en het afdelingshoofd, een belangrijke opdracht in het interdisciplinaire team en dit volgens de principes van functioneel leiderschap. Een afdeling is geen eiland, maar maakt deel uit van een cluster. Het beleid van de aan de cluster verbonden afdelingen/zorgeenheden dient op elkaar afgestemd te zijn en te kaderen binnen het beleid van de zorgcluster.

De zorgmanager en de beleidsarts zijn nauw bij het afdelingsbeleid betrokken: zij zijn mee verantwoordelijk voor het afstemmen van het zorgbeleid binnen de cluster. De zorgmanager coacht het afdelingshoofd en de psycholoog (voor de ondersteunende rol naar het interdisciplinaire team).